Sneeuwschoenenreis

26 april - 5 mei Zwitserland

Zondag 30 april 2000

Het eerste wat we zien, als we om half zeven onze neus buiten de caravan steken, zijn de oranje ballons. Onze kampleiding denkt ook aan alles. Koninginnedag!

Een uurtje later rijden we richting Julierpas, waar we een toch door Val Grevasalvas gaan maken. We parkeren bij restaurant La Veduta, net voorbij de pashoogte en maken ons gereed voor de tocht. Er ligt nog veel sneeuw en de sneeuwschoenen kunnen dus gelijk onder. 

Om iets over halfnegen vertrekken we met 19 deelnemers. Het gaat gelijk behoorlijk omhoog en na 10 minuten heeft niemand meer last van de kou.

Nadat we 200 meter hebben geklommen, komen we op een bergrug en kunnen we het bevroren Lej (=meer) Grevasalvas zo'n 50 meter lager zien. Hier maken we onze eerste stop. Het weer is inmiddels aanzienlijk beter geworden. De stukken blauw worden steeds groter. 

Als we verder het dal in kijken, kunnen we het doel van onze tocht zien, een zadel tussen twee toppen waar het dal Grevasalvas eindigt. Vanaf het meer is dat nog 300 meter klimmen. Het dal is werkelijk schitterend en iedereen geniet van de tocht. De stemming is dan ook opperbest.

Halverwege de tweede etappe moeten we om een groot rotsblok heen. De wind heeft de sneeuw rond het rotsblok weggewaaid, waardoor een moeilijke passage is ontstaan. Met vallen en opstaan overwinnen we deze hindernis en verder gaat het weer. Na nog een tussenstop te hebben gemaakt, bereiken we om half een het doel, de Fuorcla (=pas) Grevasalvas op 2.688 meter.

Het uitzicht is fantastisch. Over de rand kijken we in het Val Bregaglia en we zien Maloja en het bevroren Lej da Segl. Verder weg is de stuwdam van het Albignameer te zien. Als we ons omdraaien zien we het Val Grevasalvas in al zijn schoonheid, met daarin ons spoor in de verder nog maagdelijke sneeuw.

De zon heeft de temperatuur behoorlijk doen stijgen en we nemen dus alle tijd voor een hap en een slok en we genieten ondertussen van het uitzicht. Natuurlijk wordt ook de gebruikelijke groepsfoto met NCC-vlag gemaakt en dan beginnen we aan de tocht terug. 

Heen liepen we keurig in ganzepas, maar nu trekt iedereen z'n eigen spoor. Als je achterom kijkt, lijkt het wel of een losgeslagen bende naar beneden is gestormd.

De terugtocht verloopt voorspoedig en is met uitzondering van een paar steilere hellingen die we moeten traverseren, niet al te moeilijk. Om drie uur zijn we weer bij de auto's. Iedereen is het er over eens dat het een schitterende tocht is geweest en zal moeilijk worden voor Anneke en Ton Keijzer om dit de volgende dagen te overtreffen.

Rietje en Hans Schenk