Op de Vlaamse Tour 2

 4 tot 18 september 2004, België

    Klik op een foto voor een vergroting

In de ban van de ring kwam iedereen ten langen leste keurig op tijd in Antwerpen aan, waar op camping Vogelzang een schaduwrijk plekje werd gevonden. Schaduw, zult u denken? Ja, schaduw, want de zomer deed begin september uitbundig haar best, waardoor de temperatuur dagenlang ruim boven de 20º kwam. Dit mooie weer gaf de tour extra glans.

Er werd ons nauwelijks tijd gegund de uitgebreide map met het programma, de routes en aanvullende informatie over steden en bouwstijlen te bestuderen. Dezelfde avond al bracht de tram ons naar het centrum van Antwerpen voor een kroegentocht onder leiding van gidsen: dé manier om tongen los te krijgen. We leerden veel over de stad, maar meer nog over krieken en bieren en de manier waarop deze getapt moeten worden, genevers en het elixir d’ Anvers. En lekker dat het was!

Met kleine oogjes zaten we de volgende dag alweer in de tram. Nu voor onder meer een bezoek aan het Rubenshuis en de O.L.Vrouwe Kathedraal. We genoten in de Antwerpse binnenstad van de schoonheid en het monumentale en genoten er van de sfeer, want juist dat weekend werd het 60-jarig bevrijdings­feest gevierd. Voor ons zat het bezoek aan Antwerpen er op. Wat zouden de vijf andere steden te bieden hebben?

Heel veel, dat bleek al snel. Maar pas nadat we in Jezus-Eik een serrist bezochten en proefden van zijn product: wijn. In Vlaams-Brabant worden volop druiven gekweekt in kassen, serres, en tot wijn verwerkt door de wijnbouwer, de serrist.

Vanuit camping Druivenland in Overijse, centraal gelegen tussen Brussel en Leuven, werden de beide steden bezocht.

Brussel heel uitgebreid per touringcar, comfortabel voor iedereen – het fileprobleem was immers voor de buschauffeur – en interessant door hetgeen de gids vertelde. We zagen de monumentale binnenstad, maar ook architec­to­nische hoogstandjes van de laatste tientallen jaren in de wijken eromheen, het Atomium en de voorstad Laken. Opvallend was hoe harmonieus oud en nieuw hier samengaan.
Leuven moet het vooral hebben van de gotische monumenten in het sfeervolle hart van de stad. We werden er rondgeleid door een gids en brachten met hem een bezoek aan de Universiteits­bibliotheek. In de Eerste Wereldoorlog werd de oorspronkelijke bibliotheek verwoest en nadien met Amerikaanse hulp weer opgebouwd. Ook de Kruidtuin, ooit aangelegd als hortus botanicus voor de universiteit, werd bezocht: prachtig beplant en goed onder­houden, een oase van rust in de binnenstad.

Hoogstandjes van een heel andere orde waren de scheepsliften bij Bracquegnies in het Centrumkanaal en de kabellift bij Strépy-Thieu. De antieke scheepsliften dateren van het einde van de 19e eeuw en behoren inmiddels tot het wereldpatrimonium, terwijl de kabellift aan het einde van de 20e eeuw in gebruik genomen werd. De vier scheepsliften over­bruggen stapsgewijs een hoogteverschil van 73 meter, terwijl de kabellift dit in een keer doet. In Strépy-Thieu gingen wij scheep, voeren de liftbak in en werden in twintig minuten tijd omhoog getrokken. Met dezelfde vaart ging het even later neerwaarts. Via de antieke sluis voeren we het Centrumkanaal in en werden door lift nummer 4 naar een hoger niveau verplaatst. De vaartocht eindigde bij lift nummer 3, waar tot besluit de machinekamer bezichtigd werd.  Een indrukwekkende dag.

Aan het einde van de eerste week werden de caravans weer aangehaakt en naar camping Ypra in Kemmel, in het Westvlaamse heuvelland, gereden. Veel in deze streek herinnert aan de loopgravenoorlog van 1914-1918, zoals de talloze militaire begraafplaatsen en gedenktekens. Vier jaar lang werd in Ieper en omgeving gestreden om slechts enkele vierkante kilometers grond. Er sneuvelden en crepeerden 500.000 soldaten. De stad Ieper werd bijna volledig verwoest en de wijde omgeving was kaal, de natuur en de landbouw­gronden vernietigd. De wederopbouw van de stad – niet alleen van de 13e eeuwse Lakenhallen – zou meer dan veertig jaar duren. Logisch dus, dat de belangrijkste reden om naar West-Vlaanderen te gaan, het bezoeken van Ieper was en het in de herbouwde Lakenhallen gevestigde In Flanders Fields Museum. De Iepenaren mogen trots zijn op hun stad en op de manier waarop ze de herinnering aan de Eerste Wereldoorlog levend houden. Wat vindt u van de gewoonte om elke avond klokslag acht uur de Last Post te blazen, en dat sinds 1928? Om dit mee te maken, gingen we naar de Menenpoort, een gedenk­plaats waar de namen zijn vermeld van 54.896 Britse soldaten, die in de eerste drie oorlogs­jaren vermist raakten. Wij wisten tevoren niet dat het deze avond een heel bijzondere bijeenkomst zou zijn: de herdenking van het einde van de Tweede Wereldoorlog zestig jaar geleden. Er werden toe­spraken gehouden en kransen gelegd, er werd gezongen door een Nederlands mannenkoor en er trad een Schotse doedel­zakband op. We zongen “God save the queen”  en ons eigen Wilhelmus. We waren er met velen en velen waren aangedaan.

Het In Flanders Fields Museum confronteert zijn bezoekers met het verleden, maar ook met het heden. Het beoogt een oorlogsmuseum te zijn met een vredes­boodschap. Alles wordt uit de kast gehaald om  de zintuigen te scherpen: foto’s, film, geluidsopnamen, geuren, voorwerpen, brieven en dagboek­fragmenten van soldaten van beide zijden van het front. Een kakofonie van beelden en geluid, waardoor de waanzin voelbaar en tastbaar wordt.

Zomaar enkele regels uit een gedicht:

“Het carnaval van de dood galmt het uit,

 Het lugubere carnaval met zijn verpestende adem,

             Het carnaval van koppige haat en woede

             Kronkelt door de Vlaamse velden, ginder...”

Met een hoofd boordevol indrukken verlieten we het museum.

Bijna zou ik vergeten te vermelden dat we tussendoor een dagje naar de kust zijn geweest. In Adinkerke, vlakbij de Franse grens, kregen we een dagkaart voor de kusttram, en konden er in- en uitstappen waar we wilden, tot Knokke-Heist aan toe. Het bleek Open Monumentendag te zijn. Dus de een ging flaneren en op een terrasje mensen kijken, de ander een strandwandeling maken en ergens lekker eten en weer een ander bezocht een museum of een andere bezienswaardigheid. Uitgewaaid en zongebrand keerde vroeger of later iedereen terug naar de caravan.

Inmiddels waren we aan de laatste etappe toe, de reis naar camping Memling in Brugge-Sint Kruis, om vandaaruit Gent en Brugge te ontdekken. Beide steden met een eigen charme. Gent bleek één groot monument te zijn, een stad die zuinig is op zijn monumenten. De gids leidde ons langs veel bijzondere plaatsen en vertelde heel boeiend over het schitterende veelluik van Jan van Eyck “De aanbidding van het Lam Gods” in de Sint-Baafskathedraal.

Brugge daarentegen was kleiner, lieflijker en biedt heel veel schoonheid in een notedop. Een hoogtepunt van ons bezoek aan Brugge was de rondvaart door de reien, maar ook het gezang van de benedictinessen in de kerk op het Begijnhof. Alhoewel, anderen hadden misschien meer met de straffe Hendrik in het biermuseum.

Toen was wat de cultuur betreft, de koek op. Wat restte, was een dagje natuur. Opnieuw gingen we naar de kust, nu om het natuurreservaat en vogelpark Het Zwin te bezoeken. Een groep ging met een gids het vogelpark in, een andere groep naar het schor. We leerden veel over vogels, bloemen en planten, proef­den zee­kraal, lamsoor en zeeaster en roken aan alsem - een drogeer­middel, maar ook de basis voor absint.

Mocht misschien de indruk gewekt zijn dat het in deze tour alleen om cultuur ging, dan is dit een abuis. Ook op culinair gebied werd er Vlaams getourd: in alle steden werd in uitstekende restaurants geluncht, wat neerkomt op een driegangen maaltijd, de reisleiding verzorgde een barbecue met een overvloed aan vlees, salade, saus en wijn, een aantal happy hours, tracteerde enkele keren op koffie met lokaal lekkers en pralinekes en bood ons tot besluit een feestelijk afscheidsdiner aan in een sfeervol restaurant.

Met enige weemoed namen we afscheid van het reisleiders­team en van elkaar. In die twee weken waren we, met z’n vijftigen, een hechte groep geworden, waren een beetje vervlaamst, wisten nauwelijks meer hoe een Heineken smaakte, hadden Droste in de ban gedaan, maar hadden nog wel zoveel gevoel voor realiteit dat we weer een beetje in de ban van de ring raakten. Want er mogen vele wegen zijn die naar Rome leiden, maar de weg naar Nederland gaat voor de meesten nog altijd via Antwerpen. En oh jee, weet je nog, twee weken geleden!

01Antwerpenkathedraal.jpg
Antwerpen kathedraal
02AntwerpenGroteMarkt.jpg 03Antwerpenkathedraal.jpg
04AntwerpendrieluikRubens.jpg 05Serrist.jpg 06BrusselMannekenPis.jpg
07BrusselGroteMarkt.jpg 08Brusseleethuisjes.jpg 09Scheepslift.jpg
10Kabellift.jpg 11Leuvenstadhuis.jpg 12Leuvenbibliotheek.jpg
13LeuvenKruidtuin.jpg 14Molka.jpg 15Barbecue.jpg
16Ieperdodenherdenking.jpg 17IeperLastPost.jpg 18Ieperkranslegging.jpg
19Kusttram.jpg 20Blankenberge.jpg 21MuseumIepermartelaarsste.jpg
22MuseumIepermensentrommel.jpg 23IeperMenenpoort.jpg 24GentGraslei.jpg
25GentGravensteen.jpg 26BruggeMarkt.jpg 27BruggeBelfort.jpg
28BruggeBegijnhof.jpg 29Bruggekerk.jpg 30Bruggesfeerlicht.jpg
32Zwin.jpg 33Vlindertuin.jpg

   Tekst en foto's: Marja Hoogenhout-van den Doel